De scherven van een verleden dat nooit begon

Gepubliceerd op 14 maart 2025 om 10:10

Wij mensen worden gevormd vanaf het allereerste moment. Niet pas bij onze geboorte, maar al daarvoor. Nog voordat we onze eerste ademteug nemen, vangen we signalen op uit de wereld waarin we zullen belanden. En sommige werelden zijn harder dan anderen.

 

Zo ook bij mij. Terwijl mijn lichaam nog groeide in de buik van mijn moeder, groeide er ook iets anders mee: angst. Mijn ouders vochten hun gevechten in een oorlog waar ik geen keuze in had, maar wel de gevolgen van droeg. Mijn vader, een narcist, bepaalde de toon in huis. Die toon was hard, kil en zonder ruimte voor een kind dat wilde voelen dat het welkom was.

 

Ik kwam ter wereld als een stil, bang en onzeker jongetje. Geen schreeuw van protest, geen krachtige aankondiging van mijn bestaan. Ik observeerde in plaats van leefde. Op school keek ik op naar de ouderen, alsof zij de blauwdruk waren van hoe ik moest zijn. Mijn eigen ik? Die gleed steeds verder van me af – als ik die al ooit had gehad.

 

En zo leerde ik een les die me jarenlang zou achtervolgen: buigen is beter dan breken. Ik slikte alles in. Mijn pijn, mijn angsten, mijn twijfels. Want wie zou daar nu iets aan hebben? Kritiek nam ik voor waar aan. “Je bent niets waard.” “Je bent lelijk.” “Je bent onzeker.” Het waren geen losse woorden meer, maar de kern van mijn identiteit.

 

In relaties herhaalde zich hetzelfde patroon. Steeds weer koos ik vrouwen die de leiding namen, die bepaalden hoe ik moest zijn. Want wat is er mooier dan iemand hebben om van te houden, iemand die je jezelf laat vergeten? Een gedachte die ik nu stompzinnig vind, maar die destijds mijn overlevingsstrategie was. Een medicijn tegen de pijn.

 

Alleen werkte dat medicijn niet. De pijn bleef, verstopt onder een laag van gehoorzaamheid en zelfverloochening. En telkens, als een relatie stukliep, werd die pijn alleen maar heviger. Een gebroken hart op een fundament dat al in scherven lag – hoe repareer je dat?

 

Ik niet. Ik slikte het door. Ging verder. Vond een nieuwe houvast, maar steeds in hetzelfde patroon. Telkens dezelfde soort vrouw, telkens dezelfde leegte na afloop. Totdat de angst om opnieuw te falen me voorgoed stillegde. Relaties? Ik durf ze niet meer aan.

 

Maar ergens, tussen de brokstukken van mijn verleden, vond ik liefde in de puurste vorm: mijn hond. Geen oordeel, geen verwachtingen. Alleen maar aanwezigheid en trouw. En met haar leerde ik iets belangrijks: ik moet aan mezelf werken. Niet meer wegrennen voor wie ik was, maar eindelijk dat verleden een plek geven.

 

Ik ben niet meer dat stille jongetje in de buik van een moeder die worstelde met haar eigen verdriet. Ik ben niet meer het kind dat kritiek als waarheid zag. En ik ben niet meer de man die denkt dat liefde betekent dat je jezelf moet vergeten.

 

Ik ben hier. En ik kies ervoor om mezelf eindelijk te leren kennen.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.